Autorijden met diabetes

Met geld van het Diabetes Fonds is onderzoek gedaan naar autorijden en diabetes. Gebruikt u insuline, of medicijnen van een bepaald soort (sulfonylureumderivaten) die de bloedsuiker verlagen? Bekijk dan de tips uit het onderzoek:

Ken uw diabetes.

Autorijden kan prima met diabetes. Maar u moet wel verantwoordelijkheid als automobilist kunnen nemen. Zodat u veilig rijdt voor uzelf en anderen. Dat betekent: zorg dat u veel weet over diabetes en hoe dat bij u persoonlijk werkt. Vraag eventueel advies aan een diabetesverpleegkundige of dokter over hoe u uw bloedsuikerspiegel goed in evenwicht houdt.

Controleer regelmatig uw bloedsuikerspiegel.

Koop een prikpen, glucosemeter (bloedsuikermeter) en bijbehorende teststrips. Meer informatie hierover kunt u krijgen bij uw huisarts, diabetesverpleegkundige, internist of Diabetesvereniging Nederland (www.dvn.nl of bestellen via www.dvnwinkel.nl).

Leer een aankomende hypo herkennen.

Het grootste probleem bij autorijden is een aanval van te lage bloedsuiker: een hypo. Zorg dat u weet hoe u een hypo bij uzelf herkent. Maak bijvoorbeeld in overleg met uw behandelaar ‘dagcurves’, zodat u ziet wat uw bloedsuiker is onder allerlei omstandigheden. Daarmee leert u een hypo herkennen. Als u dat eenmaal onder de knie hebt, kunt u zelf maatregelen nemen om hypo’s te voorkomen. De eerste verschijnselen van een hypo zijn voor iedereen anders, maar zijn vaak: bleek worden, zweten, trillen, wazig zien, een hongergevoel en/of hartkloppingen.

Lees de bijsluiters van uw medicijnen.

Daarin staat welk effect de medicijnen kunnen hebben op uw bloedsuikerspiegel. Bijsluiters zijn vaak ingewikkeld. Vraag daarom uitleg aan uw huisarts, diabetesverpleegkundige, internist of apotheker als u er zelf niet uit komt. U kunt ook veel informatie over medicijnen vinden op www.apotheek.nl

Laat uw ogen elk jaar controleren door een oogarts of optometrist.

Door diabetes kunnen uw ogen achteruit gaan. Dat gebeurt soms zo geleidelijk dat u het zelf misschien niet merkt. Slechter zien kan gevaarlijk zijn bij autorijden. Als eventuele problemen met uw ogen op tijd worden ontdekt, kan er vaak wat aan worden gedaan om te zorgen dat het niet erger wordt.

Vraag ruim op tijd verlenging van uw rijbewijs aan.

Iedereen met diabetes wordt beoordeeld op rijgeschiktheid bij het verlengen van hun rijbewijs. Dit kan enige tijd duren. Vraag daarom al vier tot zes maanden voor het verstrijken van de afloopdatum verlenging van uw rijbewijs aan. Zo voorkomt u dat u de auto moet laten staan omdat u niet op tijd uw nieuwe rijbewijs hebt ontvangen. Meer informatie vindt u op www.cbr.nl

Bereid uzelf goed voor, voordat u de auto instapt.

Meet van tevoren uw bloedsuikerspiegel om te zien of u veilig kunt rijden. Uw bloedsuikerspiegel moet tussen de 6 en 12 mmol/l zitten. Is uw bloedsuikerspiegel te laag? Neem dan iets met snelwerkende koolhydraten, zoals druivensuiker, limonadesiroop of frisdrank (geen light!). Eet daarnaast ook iets met langzaamwerkende koolhydraten, zoals een boterham. Neem ook een boterham en iets zoets mee voor het geval dat u onderweg een hypo krijgt. Neem uw diabetespas of medicijnkaart mee en berg hem op bij uw rijbewijs of portemonnee. Zo zijn die gegevens snel beschikbaar voor hulpverleners in geval van nood. Neem bij lange ritten elke twee uur pauze, controleer uw bloedsuikerspiegel en stel deze zo nodig bij. Neem een mobiele telefoon mee zodat u hulp in kunt roepen in geval van nood, bijvoorbeeld via 112.

Onderneem meteen actie als u een hypo voelt aankomen.

Eet meteen iets met snelwerkende koolhydraten, zoals druivensuiker, limonadesiroop of frisdrank (geen light!). Stop vervolgens zo snel mogelijk op een veilige plek, zoals aan de kant van de weg, bij een benzinestation, wegrestaurant of parkeerplaats. Zet de motor uit en haal de sleutels uit het contact. Controleer dan uw bloedsuikerspiegel. Eet vervolgens iets met langzaamwerkende koolhydraten, zoals een boterham. Wacht dan even met verder rijden totdat u uw bloedsuikerspiegel weer tussen de 6 en 12 mmol/l is (meten). Dan kunt u verder rijden.

Soms moet u uw bloedsuikerspiegel extra meten.

Bepaalde situaties kunnen invloed hebben op uw bloedsuikerspiegel. Het is verstandig om dan uw bloedsuiker extra te controleren. Denk aan:

  • zware verkoudheid of griep;
  • stress, heftige emoties, spanningen, angst, verdriet;
  • schommelingen in tijd en temperatuur, zoals tijdens vakantie en reizen naar het buitenland;
  • onregelmatig leefpatroon, zoals een onregelmatig dag- en nachtritme; onvoldoende nachtrust, en een onregelmatig eetpatroon;
  • lichamelijke inspanning, zoals sporten, laden en lossen, stofzuigen, tuinieren, en een kampeertent opzetten;
  • het drinken van alcohol;
  • verandering van diabetesmedicijnen.

Vertel medereizigers over uw diabetes.

Dan voelt u zich niet bezwaard of gehinderd om onderweg uw bloedsuikerspiegel te meten, extra insuline te spuiten of iets te eten of te drinken.

Hebt u diabetes type 2 en kunt u niet zelf uw bloedsuiker meten?

Neem extra maatregelen. Eet voordat u de auto instapt wat extra langzaamwerkende koolhydraten, zoals een boterham. Wanneer u tijdens etenstijd moet rijden, stop dan onderweg om ergens normaal te eten. Hebt u vlak voor u de auto instapt lichamelijk werk gedaan? Neem dan voor u gaat rijden wat extra koolhydraten. Wanneer u moeite blijft houden om hypo’s te herkennen, overleg dan met huw behandelaar om wellicht zelf een glucosemeter aan te schaffen. Dan kunt u zelf uw bloedsuiker controleren. Vooral mensen die medicijnen van het type 'sulfonylureumderivaten' gebruiken, kunnen een hypo krijgen. Bij andere medicijnen is de kans op een hypo klein.

Deze tips komen uit onderzoek, betaald door het Diabetes Fonds. Maak meer onderzoek mogelijk naar leven met diabetes, steun het Diabetes Fonds!