Diabetes en voeding

Met verstandig eten houdt u uw bloedsuikerspiegel gemakkelijker in balans, blijft u beter op gewicht en verkleint u de kans op diabetescomplicaties.

gezond eten met diabetesMeer uitleg en tips vindt u in onze brochure over de voedingsrichtlijn, vraag hem hier gratis aan!

Waarom een voedingsrichtlijn?

Er zijn veel onduidelijke adviezen over voeding bij diabetes. Daarom heeft de Vrije Universiteit van Amsterdam onderzoek gedaan naar de stand van zaken in de wetenschap, betaald door het Diabetes Fonds. De nieuwe officiële voedingsrichtlijn is geschreven voor zorgverleners en is te downloaden bij de Nederlandse Diabetes Federatie

Hoeveel calorieën heb je nodig?

Hoeveel energie (calorieën) iemand nodig heeft, verschilt per persoon. Hebt u overgewicht, probeer dan dingen in uw leven te veranderen. Kleine aanpassingen maken al een wereld van verschil! Het beste is om meer te bewegen (minimaal een halfuur per dag) en minder calorieën te eten. Wanneer het om praktische redenen niet haalbaar is om af te vallen tot een gezond gewicht, helpt het al om een paar kilo af te vallen. 

Eiwitten

Eiwitten zijn belangrijke bouwstoffen voor het lichaam. Zorg ervoor dat u ongeveer 50-100 gram eiwit per dag eet. Voedingsmiddelen waar veel eiwit in zit zijn vlees, vis, melk, kaas, eieren en peulvruchten (bonen, erwten enz.).

Bijvoorbeeld: 100 gram bereide kip- of varkensfilet bevat 31 gram eiwit. 20 gram 45+ kaas (1 x beleg) bevat 6 gram eiwit.

Hebt u problemen met uw nieren of een mogelijke voorbode daarvan (eiwit in de urine), overleg dan met uw arts of diëtist wat u het beste kunt eten.

Vetten

Gemiddeld hebben mensen gemiddeld per dag 80 gram vetten nodig. Bij overgewicht is het verstandig om iets te minderen.
Beperk het eten van verzadigd vet. Verzadigde vetten zitten vooral in dierlijke producten zoals vlees en vleeswaren, kaas, melk. Kies voor onverzadigde vetten, zoals olijfolie en vloeibare bakproducten.
Eet twee keer per week vis, tussen de 70 gram (vette vis) en 280 gram (magere vis) per week.
Tip: bij koelkasttemperatuur zijn ‘goede’ vetten zacht of vloeibaar en ‘slechte’ vetten hard. Let op verborgen vetten, zoals vetten in koekjes, gebak, zoutjes en snacks, want dat zijn vaak bronnen van het erg ongezonde transvet.

Koolhydraten

Koolhydraatrijke voedingsmiddelen leveren energie, vitaminen, mineralen en vezels. Koolhydraten (zetmeel en suikers) zitten bijvoorbeeld in brood, aardappelen, pasta, rijst en bonen of erwten, melkproducten, fruit, sommige groenten en alles waar suiker in zit. Koolhydraten worden in het lichaam omgezet in glucose: bloedsuiker.

Het aantal maaltijden en de verdeling van de hoeveelheid koolhydraten over de dag moeten afgestemd worden op het type insuline of bloedsuikerverlagende tabletten.

Minimaal 40 procent van uw totale energie-inname per dag moet bestaan uit koolhydraten.

Wel of geen koolhydraten om af te vallen?
Kan diabetes genezen door beperking van koolhydraten?
Hoe zit het met snelle en langzame koolhydraten?
Daarover leest u meer in onze brochure over de voedingsrichtlijn, vraag hem gratis aan.

Wel of geen suiker?

Suiker en suikerbevattende producten kunnen gewoon deel uitmaken van de voeding.
U hoeft geen suikervrij gebak of snoep met kunstmatige zoetstoffen te kiezen met de toevoeging ‘voor diabetici’. Deze producten bevatten vaak extra veel (ongezond) verzadigd vet en transvet.
Soms kan het verstandig zijn om te kiezen voor ‘light’ voedingsmiddelen die gezoet zijn met caloriearme zoetstoffen. Voor zoetstoffen gelden wel maximale hoeveelheden per dag, die vindt u in onze brochure over de voedingsrichtlijn, vraag hem gratis aan.

Vezels

Gebruik 30-40 gram voedingsvezel per dag. Dat is wat lastig uit te drukken in voedingsmiddelen, omdat vezels in allerlei groenten, fruit, peulvruchten en graanproducten zitten. Op de website van het Voedingscentrum leest u meer over vezels. 

Hoeveel moet je drinken?

Die hoeveelheid hangt erg af van bijvoorbeeld de omgevingtemperatuur, luchtvochtigheid, wat iemand eet en hoeveel hij beweegt. Een schatting is officieel vastgesteld op anderhalve liter ‘drinkvocht’ per dag voor volwassenen. Daaronder vallen bijvoorbeeld water, thee, koffie, vruchtensap en frisdrank.

Alcohol

Ook iemand met diabetes kan met mate alcohol drinken. Alcohol geeft wel een vergrote kans op een hypo, te lage bloedsuiker. Zeker op een lege maag en wanneer iemand bloedsuikerverlagende medicijnen of insuline gebruikt. Vrouwen mogen 1 glas alcohol drinken per dag. Mannen 2 glazen. 

Mensen met overgewicht en/of hoge bloeddruk kunnen beter zo min mogelijk
alcohol drinken. Sommige medicijnen gaan slecht samen met alcohol. Kijk op de verpakking of bijsluiter van het medicijn, of vraag het aan uw arts of apotheek.

Vitaminen en mineralen

Voor iedereen, met of zonder diabetes, is het goed om dagelijks een aanbevolen hoeveelheid vitaminen, mineralen en spoorelementen binnen te krijgen. Wanneer u genoeg afwisseling in uw voeding hebt, gaat dat meestal vanzelf goed. Mensen die overgewicht hebben en proberen af te vallen, eten vaak weinig of eenzijdig en lopen het risico van gebrek aan vitaminen en mineralen. Een diëtist kan uitrekenen om welke tekorten dit mogelijk gaat en kan adviezen geven over hoe die kunnen worden aangevuld.

Foliumzuur: iedereen heeft 300 microgram foliumzuur per dag nodig. Veruit het meeste daarvan zit in normale voeding.

Vitamine B12: de aanbeveling voor vitamine B12 is voor mensen met of zonder diabetes hetzelfde: dagelijks 2.8 microgram, dat lukt normaal gesproken met gewone gevarieerde voeding.

Het medicijn metformine, dat veel mensen met diabetes type 2 gebruiken, kan leiden tot een verminderde opname van vitamine B12 door het lichaam. Daarom is het verstandig om dat regelmatig te laten controleren.

Magnesium: de aanbeveling voor magnesium is voor mensen met of zonder diabetes gelijk. Mensen met diabetes hebben wel vaker een magnesiumtekort dan gezonde mensen. Het extra slikken van magnesium moet in overleg met een arts.

De dagelijkse aanbeveling voor magnesium is voor mannen 300- 350 mg en voor vrouwen 250-300 mg. Normaal gesproken zit dat voldoende in gevarieerde voeding.

Chroom: chroom maakt het lichaam gevoeliger voor insuline en daardoor kunnen koolhydraten beter worden verwerkt. Bij een gewone voeding krijgt iemand dagelijks ongeveer 10-40 mcg (microgram) chroom binnen.

Chroom is een lastig te onderzoeken stof: de hoeveelheid in voedingsmiddelen en in het lichaam is moeilijk vast te stellen. Het slikken van extra chroom heeft wellicht alleen zin bij mensen met een tekort aan chroom. Mensen die hun diabetes moeilijk onder controle kunnen houden, kunnen eventueel in overleg met hun arts chroomsupplementen slikken.

Hoe om te gaan met deze adviezen?

De richtlijnen zijn algemeen geldend maar zullen per persoon moeten worden toegepast: ze zijn niet bedoeld als keurslijf, iedereen reageert immers anders op voeding, maar ze bieden enig houvast. Als u gezond wil eten, stel dan haalbare doelen voor uzelf. Dat houdt u in het dagelijks leven beter vol. Een diëtist kan daarbij helpen, aarzel niet om daar aan te kloppen! Uw arts kan u doorverwijzen.

Wilt u dit nog eens nalezen in een boekje, met meer uitleg, voorbeelden en tips? Vraag dan de gratis brochure over de voedingsrichtlijn aan!

brochure Alles over voeding bij diabetes