Ontwikkelingen diabetes type 1

Dankzij wetenschappelijk onderzoek komen er steeds betere behandelingen voor diabetes. Sommige nieuwe dingen zijn er al of technieken worden ook al toegepast, maar dan vooral in het kader van wetenschappelijk onderzoek.

Andere manieren van bloedsuiker controleren

Het is vervelend om iedere dag een paar keer in je vinger te moeten prikken voor controle van de bloedsuiker. Er bestaat inmiddels een speciale sensor die via een naaldje continu de bloedsuiker meet. De sensor kan ook een alarmpje geven als de bloedsuiker te laag of te hoog wordt. Het gebruik van de sensor, zeker in combinatie met een insulinepomp, is een veelbelovende ontwikkeling voor bepaalde groepen mensen met diabetes. Bijvoorbeeld mensen die een hypo niet voelen aankomen, of zwangere vrouwen met diabetes. De sensor is alleen erg duur en wordt nog niet vergoed door verzekeraars. Daar is flinke discussie over.

Meting van bloedsuiker via een polshorloge, een eerdere uitvinding, is overigens niet betrouwbaar. Met name niet voor de meting voor lage bloedsuikergehaltes, wat een gevaar voor hypo’s betekent. Een contactlens voor (grove) meting is in ontwikkeling, maar ook die zal niet zo nauwkeurig zijn als de bloedtest. Ook worden er manieren getest om bloedsuiker te meten in speeksel of adem.

Andere manieren van insuline spuiten

Wetenschappers zijn druk bezig met het ontwikkelen van een implanteerbare insulinepomp. Dit apparaat wordt onder de huid aangebracht, meet automatisch de bloedsuiker en geeft insuline aan de buikholte of in een ader af. Tijdens experimenten bleek dat de pomp vier jaar of langer succesvol insuline kan afgeven. Het grootste probleem is verstopping van het buisje waar de insuline in zit, en de ingewikkelde computerprogramma’s. Die zijn nodig om uit te rekenen hoeveel insuline het pompje moet afgeven, en dat moet foutloos werken onder alle denkbare omstandigheden. Er is nog werk aan de winkel voordat de implanteerbare insulinepomp klaar is voor patiënten, maar op een dag zal het werkelijkheid worden.

Er bestaat overigens al langer een manier om insuline onder hoge druk via de huid in te brengen, zonder naald, maar dat is voor veel mensen nog steeds pijnlijk en de resultaten van de insulinewerking zijn wisselend.

Binnen een paar jaar is het waarschijnlijk mogelijk om insuline te slikken in de vorm van een capsule of tablet. De uitdaging om dat voor elkaar te krijgen is het uitvinden hoe de insuline ongeschonden door de maag kan komen, want die breekt alles af. Men probeert nu de insuline zo te veranderen dat hij het traject door de maag overleeft, of hem dusdanig in te pakken dat het goed gaat.

Insuline die je inhaleert in plaats van injecteert, is ongeveer een jaar verkrijgbaar geweest in Nederland. Het middel is echter in oktober 2007 weer van de markt gehaald. Er waren te veel twijfels over de veiligheid op de lange termijn, en daardoor werd het weinig voorgeschreven. Inmiddels wordt er wel gewerkt aan weer een andere soort inhaleerbare insuline.

Snel ingrijpen tijdens begin diabetes type 1

Mensen die pas net diabetes type 1 hebben, kunnen over enkele jaren baat hebben bij verschillende nieuwe therapieën:

Onderzoekers ontdekten in 2005 dat een behandeling met bepaalde antistoffen (CD3-antilichamen) in een vroeg stadium van diabetes ervoor zorgt dat de verdere afbraak van insulinecellen wordt tegengehouden. Daardoor kan het lichaam zelf nog insuline produceren, waardoor er minder insuline-injecties nodig zijn. Er is ook minder kans op ernstige hyper- of hypoglykemie, waardoor er minder gevaar is voor langetermijngevolgen van diabetes. Deze Belgische resultaten bevestigen de ontdekkingen die Leidse onderzoekers - met financiering door het Diabetes Fonds - eerder deden: zij typeerden precies welk deel van het afweersysteem diabetes type 1 veroorzaakt.

Er is in 2006 een soort vaccin ontwikkeld voor mensen die nog niet zolang diabetes type 1 hebben. Het middel vertraagt de afbraak van insulinecellen. Daardoor hoeft iemand minder insuline te spuiten. Dat maakt de kans op hypo’s en complicaties op langere termijn kleiner. Het middel is ontwikkeld door Diamyd Medical in Stockholm. De testresultaten zijn tot nog toe bemoedigend en het middel wordt steeds verder onderzocht, ook om te kijken hoe lang het blijft werken.
De stof die in dit vaccin een sleutelrol speelt, is voor het eerst in verband gebracht met diabetes in een Nederlands onderzoek in de jaren tachtig. Het Diabetes Fonds heeft daaraan bijgedragen. Dit is een goed voorbeeld van hoe onderzoek naar een klein stofje jaren later voor doorbraken kan zorgen!

Soms kunnen ook kinderen in Nederland meedoen als ze pas minder dan drie maanden diabetes type 1 hebben. > Kijk op de website van het centrum Diabeter of er op dit moment mogelijkheden zijn.

Transplantatie van eilandjes van Langerhans

Al in de jaren tachtig werd in Canada de eerste experimentele transplantatie gedaan van eilandjes van Langerhans. Dat zijn de cellen in de alvleesklier die insuline produceren. Voor mensen met diabetes type 1 zou dit een goede oplossing zijn, omdat het een naar verhouding kleine ingreep is (het kan via injecties). Er zijn alleen nog zoveel nadelen dat het nog geen standaard behandeling is. Er zijn bijvoorbeeld te weinig donoren. Maar nog lastiger: het afweersysteem maakt nog steeds dezelfde fout als waardoor diabetes type 1 ontstaan is. Dat kan alleen nog maar met zware medicijnen worden onderdrukt. En dan nog moeten de mensen die ooit getransplanteerd zijn, meestal na een paar jaar toch weer aan de insuline.

In Nederland heeft eind 2007 de eerste eilandjestransplantatie plaatsgevonden. Net als in het buitenland is dat alleen in nog in het kader van onderzoek. Maar het positieve is dat het dus wel kan, en dat er dankzij onderzoek rondom transplantatieonderzoek allerlei spectaculaire ontdekkingen worden gedaan die transplantatie binnen een paar jaar wellicht voor meer mensen mogelijk maken. Ook gebeurt er, mede gefinancierd door het Diabetes Fonds, onderzoek naar de technische verbetering van eilandjestransplantatie. En naar andere manieren om aan insuline producerende cellen te komen, bijvoorbeeld door het veranderen van beenmergcellen.

> Interview met wetenschapper Roep, over onderzoek naar genezing van diabetes type 1.

Stamceltherapie

Onderzoekers proberen zogeheten 'stamcellen' te gebruiken voor genezing van diabetes type 1. Stamcellen zijn cellen die zich nog tot allerlei andere soorten cellen kunnen ontwikkelen. Het mooiste is om bijvoorbeeld eigen beenmergstamcellen te kunnen omvormen tot insuline producerende cellen. Er zijn veel misverstanden over stamceltherapie. Het wordt ook ten onrechte in het buitenland aangeboden als therapie die gevolgd kan worden. Maar dat is nog niet verantwoord, meer onderzoek is nodig. > Meer over stamcellen en genezing diabetes type 1.

Meer over onderzoek naar diabetes type 1 en resultaten [link naar onderzoek naar diabetes type 1]