Uitleg over stamcellen
Wat zijn stamcellen?
Stamcellen komen overal voor in ons lichaam. De bekendste zijn die uit het beenmerg: dit zijn de cellen die continu nieuwe bloedcellen maken. Andere stamcellen zitten bijvoorbeeld in de huid. Als je een wond hebt, zorgen die stamcellen ervoor dat je huid weer wordt hersteld. Of denk aan je haren: de cellen die ervoor zorgen dat er nieuwe haarcellen worden aangemaakt waardoor je haar groeit, zijn ook stamcellen. Kortom, stamcellen zijn cellen die de mogelijkheid hebben zich te blijven delen.
Waarom zijn stamcellen interessant voor diabetes?
Diabetes type 1 kan op dit moment alleen worden genezen door middel van transplantatie van de pancreas of bij sommige mensen de eilandjes van Langerhans waarin de cellen zitten die insuline produceren, de bètacellen. Maar onder meer door het grote tekort aan donoren is het onmogelijk om alle patiënten te genezen. Stamcellen zijn zo bijzonder omdat we ze in het laboratorium kunnen stimuleren om te veranderen in cellen met een specifieke functie, zoals insulineproducerende bètacellen. Daarnaast kunnen stamcellen zich tot grote aantallen vermenigvuldigen. We zouden dan minder afhankelijk zijn van de hoeveelheid donoren.
Hoe ver is het onderzoek momenteel?
Tot nu toe is het meeste onderzoek met muizen gedaan en daar zijn al veel doorbraken geboekt. Begin 2008 zijn wetenschappers in San Diego erin geslaagd om muizen te genezen door middel van transplantaties met eilandjes van Langerhans die ze in het laboratorium hadden verkregen uit menselijke stamcellen.
Wat hebben embryo's te maken met stamcellen?
Naast de stamcellen in ons eigen lichaam zijn er ook zogeheten embryonale stamcellen. In tegenstelling tot andere stamcellen kunnen embryonale stamcellen zich nog veranderen in ieder type cel. Volwassen stamcellen beperken zich tot het type cel waar ze voor bedoeld zijn - een beenmergstamcel moet bijvoorbeeld geen haren gaan maken. Maar een embryonale stamcel is nog een ‘kale cel' zonder vooraf bepaald lot. Het is nu de uitdaging om de keuze van deze embryonale stamcellen te beïnvloeden. Wat is ervoor nodig om ze te specialiseren richting bijvoorbeeld zenuwcellen, hartcellen of pancreascellen?
Hoe zit dat ethisch en wettelijk gezien?
Embryonale stamcellen komen uit embryo's die overblijven na een IVF-behandeling. Deze ‘rest'embryo's bestaan uit slechts enkele cellen. Met toestemming van de ouders en goedkeuring van een gespecialiseerde commissie worden deze celklompjes niet zomaar vernietigd, maar aan de wetenschap geschonken om bijvoorbeeld IVF-technieken te verbeteren maar ook om er stamcellen uit te halen. De huidige ethische discussie gaat over het vernietigen van deze ‘rest'embryo's. Het vernietigen ervan is wettelijk verplicht en heeft dus niets te maken met of er daarvóór stamcellen uit zijn gehaald of niet. De negatieve publiciteit heeft voor veel verwarring gezorgd, waardoor ten onrechte wordt gedacht dat embryo's speciaal voor stamcelonderzoek worden vernietigd.
Wetenschappers uit Brussel hebben in 2008 overigens een nieuwe techniek bedacht waarmee wellicht in de toekomst embryonale stamcellen kunnen worden afgeleid van menselijke embyo's zonder de embryo's te vernietigen. Hoewel de techniek zich nog zal moeten bewijzen, is het een interessante ontwikkeling.
Zijn er nog andere soorten stamcellen?
Ook in de navelstreng zitten stamcellen. Maar dit zijn geen embryonale stamcellen, maar volwassen stamcellen die dezelfde kenmerken hebben als stamcellen uit beenmerg. Daarnaast zijn er sinds kort ook stamcellen gekweekt uit huidcellen: die lijken na 'herprogrammering' als twee druppels water op embryonale stamcellen. De techniek is nog nieuw en het is nog niet duidelijk hoe dit zich verder zal ontwikkelen.
Meer informatie over de wet rond stamcellen en het opslaan van stamcellen in stamcelbanken: zie www.biomedisch.nl
Financiert het Diabetes Fonds ook onderzoek met stamcellen?
Ja, maar alleen met beenmergstamcellen en stamcellen uit de navelstreng. Dus niet met embryonale stamcellen. Bijvoorbeeld: kunnen uit beenmerg afkomstige cellen een rol spelen in de reparatie van beschadigde bètacellen in de eilandjes van Langerhans en daarmee de behandeling verbeteren?
Ook gaan onderzoekers proberen om insulineproducerende cellen te maken van neutrale stamcellen uit de navelstreng (na de geboorte verzameld) of uit beenmerg van volwassenen. Daarvoor gebruiken ze een geavanceerde techniek waarbij met behulp van een virus genen aan of uit worden gezet die van belang zijn voor de ontwikkeling tot een insulinecel.
Er was iets in het nieuws over stamceltherapie en diabetes in het buitenland?
Diverse klinieken beloven gehele of gedeeltelijke genezing voor mensen met diabetes type 1, door het inspuiten van stamcellen. Wetenschappelijk is de werking hiervan niet bewezen.
De door deze centra gebruikte technieken zijn volstrekt onbewezen. Het gaat daarbij om naar verhouding grote ingrepen en procedures (beenmergpuncties, catheterisatie van slagaders) die een reëel risico hebben. Nederlandse specialisten vinden dan ook dat die ingrepen niet uitgevoerd zouden mogen worden, zelfs niet door gekwalificeerd personeel. Zij adviseren tegen dergelijke behandelingen, zolang er geen bewijs is dat deze behandelingen veilig zijn, werkzaam zijn en zolang deze klinieken behandelingen op onduidelijke, oncontroleerbare en soms ondeugdelijke wijze uitvoeren. Deze behandeling wordt overigens om de zelfde redenen niet door zorgverzekeraars vergoed.
De werkwijze van de klinieken heeft overigens niets te maken met de 'stamceltherapie' die onlangs door Amerikaans-Braziliaanse onderzoekers werd gepresenteerd. Vijftien patiënten met diabetes kregen eigen beenmerg teruggespoten nadat het eigen afweersysteem, inclusief de ontsporing die tot type 1 diabetes leidt, volledig was ‘gewist'. Hoewel de meeste patiënten in elk geval tijdelijk geen insuline meer hoefden te spuiten, wat inderdaad opmerkelijk was, is deze behandeling toch onacceptabel: de kans op overlijden is groot. We hebben het afweersysteem immers hard nodig ter bescherming tegen infecties, maar ook is er een grote kans op kanker.
Deels overgenomen uit: interview met Dennis van Hoof, stamcelonderzoeker, Dialoog nr. 3 2008 (uitgave Diabetes Fonds)
