Continue meter met insulinepomp werkt beter dan alleen insuline spuiten
De resultaten van de zogeheten STAR 3-studie werden onlangs gepresenteerd op een groot diabetescongres in Amerika en gepubliceerd in het vakblad New England Journal of Medicine.
De onderzoekers zijn enthousiast omdat de proefpersonen naast stabielere bloedsuikers geen groter risico hadden op hypoglykemie (te lage bloedsuiker). Dat is vaak een nadeel van intensieve insulinetherapie.
Aan de studie deden een jaar lang bijna vijfhonderd volwassenen en kinderen mee. De helft van hen bleef insuline spuiten, de andere helft kreeg een insulinepomp met een continue glucosemeter. Dat is een sensor die continu de bloedsuiker meet en een alarm geeft als die te laag of te hoog wordt. Aan het eind van het onderzoek hadden de pompgebruikers een gemiddeld lagere gemiddelde bloedsuiker dan de vergelijkingsgroep.
De verbetering in de pomp-sensorgroep kan natuurlijk voor een deel te maken hebben met het feit dat de deelnemers overgingen van injecties naar een insulinepomp. Dat alleen al kan de bloedsuiker stabieler maken. Hoe dan ook, ook in andere studies met de sensor zijn verbeteringen gevonden, zij het iets minder spectaculaire.
In ieder geval is het duidelijk dat de continue meter een steeds belangrijkere rol gaat spelen in de toekomst. Zeker wanneer ze kleiner, betrouwbaarder en makkelijker te bedienen worden.
