Hoe leid je spieren om de tuin?
Lichamelijke inspanning zorgt ervoor dat glucose uit het bloed wordt opgenomen in het lichaam, maar op een andere manier dan insuline dat doet. Kan dit mechanisme via een trucje worden nagebootst, dus ook zonder beweging? In dit onderzoek is gekeken of de stof AICAR dat kan doen.
Spiercellen zorgen ervoor dat een mens kan bewegen, en om energie te krijgen halen ze suiker (glucose) uit het bloed.
Daarvoor gaan eerst suikertransport-moleculen vanuit een opslagplaats midden in de spiercel naar de buitenkant van de spiercel, zodra ze een signaal krijgen door insuline.
Bij mensen die ongevoelig zijn voor insuline, zoals bij type 2 diabetes, krijgen de transportmoleculen geen signaaltje van de insuline. Dan kunnen ze geen bloedsuiker opnemen. Maar er zijn nog meer manieren om de transportmoleculen een signaal te geven: beweging en een kort zuurstofgebrek in de spieren. Een sleutelrol bij deze alternatieve routes is weggelegd voor bepaalde eiwitmoleculen die ook in de spiercellen zitten, de zogeheten AMPK-moleculen.
AMPK houdt het energieniveau in de spier in de gaten. Zodra hij een energietekort opmerkt, stuurt hij transportmoleculen naar de celoppervlakte om glucose binnen te gaan halen. Insuline komt daar niet aan te pas. Men vermoedt dat die ‘AMPK-schakelaar’ in beweging kan worden gezet door een bepaald stofje toe te dienen, met de afkorting AICAR. Op die manier zou je dus de spiercellen om de tuin kunnen leiden en ze kunstmatig kunnen aanzetten tot het opnemen van glucose uit het bloed. Dat is onderzocht in dit project.
De conclusie van dit onderzoek is dat stof AICAR de werking van zuurstoftekort en spiersamentrekking niet zonder meer nabootst. Weliswaar gaf AICAR een duidelijke vaatverwijding, maar de glucoseopname in de spier nam niet toe. Wel leek het glucosegehalte in het bloed te dalen. De onderzoekers denken dat dat dat komt doordat AICAR de glucoseproductie in de lever remt. Tevens dalen de vrije verzuren in het bloed, dit komt waarschijnlijk doordat vetcellen minder produceren. Dit zijn beide gunstige effecten voor mensen met diabetes type 2.
Toch is toepassing van AICAR op dit moment geen goede behandeling. AICAR moet in tamelijk hoge dosis per infuus worden gegeven en is meteen daarna weer uitgewerkt. De werking is niet sterk. Daarnaast heeft AICAR belangrijke effecten op de bloedvaten die tot bijwerkingen zouden kunnen leiden. Al met al is nog meer onderzoek nodig om te achterhalen of stimulering van het enzym AMPK een zinvolle behandelmethode zou kunnen zijn bij mensen met type 2 diabetes.
> Help mee, maak meer onderzoek naar diabetes type 2 mogelijk!
Meer resultaten over diabetes type 2
Naast insuline heeft de zogeheten ‘insuline-achtige groeifactor’ ook invloed op de bloedsuikerspiegel. De aanmaak van deze stof is erfelijk bepaald. Mensen die weinig ervan aanmaken hebben een grotere kans om diabetes type 2 en een hartinfarct te krijgen. De onderzoekers hebben nu verder onderzoek gedaan naar de insuline-achtige groeifactor.
Mensen met overgewicht hebben een grotere kans om diabetes type 2 te krijgen. Maar hoe het een tot het ander leidt is onduidelijk. In dit onderzoek keken de onderzoekers naar het verband tussen vet en de werking van de energiefabriekjes in de cel.
Mensen die veel koffie drinken, lopen minder kans op diabetes type 2 dan mensen die weinig koffie drinken. In dit onderzoek bleek dat chlorogeenzuur en trigonelline uit koffie een gunstig effect hebben.
Onderzoek naar diabetes wordt vaak gedaan met kleine stukjes weefsel van patiënten. Kun je die proeven ook doen met bindweefselcellen die je op minder belastende manier verkrijgt en in het laboratorium vermenigvuldigt?
Spieren hebben een grote invloed op de suikerstofwisseling. Bij diabetes type 2 nemen de spieren minder goed glucose op uit het bloed. Dit onderzoek toont voor het eerst aan dat de mini-energiecentrales (‘mitochondriën’) van de spiercellen niet goed meer werken bij mensen met diabetes type 2.
