Hoe ontstaan problemen met het denken?
Ouderen met diabetes type 2 hebben een grotere kans op dementie dan leeftijdsgenoten zonder diabetes. Ook hebben zij naar verhouding meer problemen met het geheugen, de concentratie en het denken. Onderzoeker Biessels en zijn team wilden te weten komen hoe en wanneer deze problemen ontstaan.
Aan het onderzoek deden meer dan 300 mensen mee uit de zogenoemde ‘Hoornstudie’. Van al deze mensen waren in de voorgaande 15 jaar al uitgebreide gegevens vastgelegd over de stofwisseling en de bloedvaten. Daarnaast deden bijna tweehonderd mensen met en zonder diabetes type 2 mee in het UMC Utrecht.
Uit het onderzoek blijkt dat veranderingen in het denkvermogen al heel vroeg geleidelijk begonnen. Al voordat het echt tot diabetes was gekomen. Maar bij mensen die al een paar jaar diabetes hadden waren die veranderingen niet veel ernstiger. Dus de veranderingen gaan over de tijd maar heel langzaam. De meeste mensen hebben in het dagelijks leven geen last van die achteruitgang.
De onderzoekers concluderen dat de lichte veranderingen bij diabetes type 2 niet automatisch een voorstadium van dementie zijn.
Een volgend doel van verder onderzoek is om juist die mensen die wel met ernstige hersenproblemen te maken gaan krijgen al in een vroeg stadium op te sporen en een behandeling te ontwikkelen om bij die mensen de hersenen te beschermen.
> Help mee, maak meer vernieuwend onderzoek mogelijk!
Meer resultaten over de gevolgen van diabetes
Mensen met diabetes hebben vaak last van wondjes die slecht genezen. Ook hebben ze vaak hart- en vaakziekten. Wetenschappers denken dat dat met elkaar te maken heeft. Bij eerder onderzoek is namelijk een stof gevonden in ons lichaam die stolsels van wonden beïnvloedt en daarmee ook de doorstroming van het bloed.
Bij mensen van Surinaams-Hindostaanse afkomst komt diabetes type 2 erg veel voor. Ze hebben ook een hoger risico op diabetes en hart- en vaatziekten. Vaak worden Surinaams-Hindostaanse baby’s geboren met een laag gewicht, maar met relatief veel lichaamsvet. Kinderen met een laag geboortegewicht hebben later een hogere kans op diabetes en hart- en vaatziekten. Uit dit onderzoek blijkt dat wat de moeders eten tijdens de zwangerschap hier misschien invloed op heeft.
Ernstig overgewicht is de belangrijke risicofactor voor diabetes type 2. Overgewicht ontstaat als iemand meer eet dan dat hij verbrandt. Hoeveel je eet, oftewel je eetgedrag, wordt onder andere bepaald door de aanleg van hersengebieden in de vroege jeugd. Die vroege aanleg heeft de rest van je leven invloed op je gedrag.
Mensen met diabetes type 1 hebben te weinig bètacellen die insuline maken en moeten daarom insuline spuiten. Een alternatieve behandeling is een transplantatie van nieuwe bètacellen. Omdat er een tekort is aan donorcellen, wordt gezocht naar nieuwe manieren om meer bètacellen te maken. In dit onderzoek is gekeken hoe je bètacellen in een kweekschaaltje kunt laten vermeerderen.
De laatste jaren is duidelijk geworden dat een onderdeel van de hersenen, de hypothalamus, belangrijk is voor de stofwisseling van glucose in de lever. In dit onderzoek is gekeken hoe dit precies gebeurt in de hypothalamus.