Hypo shutterstock

Als je diabetes hebt, zijn er momenten waarop je een te hoge bloedsuiker (hyper) of te lage bloedsuiker (hypo) hebt. Te veel hypo's en hypers kunnen op den duur voor veel problemen in je lichaam zorgen. Daarom is het is belangrijk dat je ze herkent.

Diederik Jekel legt in deze video in 1 minuut uit wat een hypo en een hyper is.

De hoeveelheid suiker in het bloed verandert steeds. Dat komt bijvoorbeeld door eten, drinken, bewegen, stress, emoties of een griepje. Een te lage bloedsuikerspiegel heet hypoglykemie, of kort gezegd hypo. Een te hoge bloedsuiker heet hyperglykemie, afgekort tot hyper.

Hoe herken je een hypo?

Als je bloedsuikerspiegel onder de 4 mmol/l komt, heb je een hypo. Dat merk je aan:

  • zweten
  • trillen
  • duizelig zijn
  • plotseling wisselend humeur (opeens boos worden bijvoorbeeld) ongeconcentreerd zijn
  • hoofdpijn
  • moe zijn
  • hongerig zijn

Wat moet je doen bij een hypo?

Een hypo gaat over als je snel iets zoets eet of drinkt (niet light). Bijvoorbeeld zes tot acht tabletten druivensuiker. Zorg dus dat je altijd druivensuiker of een suikerdrankje bij je hebt. Duurt het nog een uur voordat je een maaltijd hebt? Eet dan alvast een boterham, wat biscuitjes of fruit. In erge gevallen kun je flauwvallen bij een hypo. Dan moet iemand 112 bellen.

Sommige mensen voelen een hypo niet aankomen. Dat heet hypo-unawareness. Vraag aan je dokter of diabetesverpleegkundige wat je dan kunt doen. 

Kunnen mensen zonder diabetes een hypo hebben?

Ook mensen zonder diabetes kunnen bovenstaande klachten hebben. De één is hier gevoeliger voor dan de ander. Volgens artsen is dit echter geen hypo of hypoglykemie. Het lichaam heeft namelijk verschillende manieren om een hypo, zoals mensen met diabetes kunnen hebben, te voorkomen.

Bij sommige mensen zonder diabetes komen lage bloedsuikerwaarden (onder 4 mmol/l) wel voor, maar dat levert volgens artsen geen problemen op voor de gezondheid. Bij de klachten die hierboven worden genoemd, is het verstandig zo snel mogelijk iets te eten.    

Hoe herken je een hyper?

Als je bloedsuiker boven de 10 mmol/l komt, heb je een hyper. Dat merk je aan:

  • veel plassen
  • veel dorst hebben en houden
  • vermoeid zijn
  • plotselinge humeurigheid, snel boos worden
  • misselijk zijn of overgeven
  • alles voelt vervelend

Wat moet je doen bij een hyper?

Het lichaam wil zelf het teveel aan suiker in het bloed kwijtraken, door veel plassen. Veel blijven drinken (maar niets zoets!) helpt daarbij. Ook beweging is goed, dan verbranden de spieren bloedsuiker. Als je insuline gebruikt, dan moet je meestal extra insuline bijspuiten.

Als de hyper steeds erger wordt, kun je flauwvallen of zelfs in coma raken. Bij een heel ernstige hyper heb je een diepe ademhaling en je adem kan naar aceton ruiken. Bel dan meteen 112.

Gevolgen van een hypo of hyper

Het is niet erg als je een enkele keer een hypo of een hyper hebt. Maar als het vaak gebeurt, heb je misschien een andere behandeling nodig. Overleg met een arts of diabetesverpleegkundige wat voor jou kan helpen. Vooral een hoge bloedsuikerspiegel kan na een lange tijd zorgen voor veel problemen in het lichaam. Bij jonge kinderen zijn ernstige hypo's niet goed.

Verklein de kans op complicaties

Ontvang de gratis brochure 'Complicaties van diabetes' met:

  • Alle mogelijke complicaties op een rij
  • Tips om het risico te verkleinen
  • Wat je er zelf aan kunt doen

Ontvang de gratis brochure