Vakantietips

Kinderartsen Per Winterdijk en Henk-Jan Aanstoot, verbonden aan Diabeter, geven hun beste tips voor op vakantie als je diabetes hebt. Hoe bereid je jezelf of je kind voor? Wat is handig om te weten voor je gaat vliegen? En hoe zorg je dat je bij inspanning niet voor verrassingen komt te staan?

Voorbereidingen:

  • Vraag tijdig aan je behandelteam een douaneverklaring of medisch paspoort.
  • Bespreek je vakantiebestemming en plannen met je behandelteam en vraag om advies en tips. Vergeet niet enventuele aparte producten en eetgewoontes met je diëtist te bespreken.
  • Vraag op tijd een leenpomp aan indien van toepassing.
  • Zorg dat je ruim voldoende materiaal in huis hebt voor je gaat pakken, genoeg voor de periode van de vakantie en ook voldoende voor de eerste paar weken na je vakantie zodat je niet gelijk zonder zit als je terugkomt van vakantie.
  • Bedenk wat er kapot kan gaan en echt onvervangbaar is: dat neem je dubbel mee of of je laat het thuis en zoekt naar een ander alternatief.
  • Probeer je materiaal te verdelen over verschillende tassen, zodat je bij diefstal of kwijtraken niet gelijk zonder zit. Bedenk dat insuline op jouw naam staat. Neem medicijnen mee in de verpakking met jouw naamsticker erop (die de apotheker er op plakte). 
  • Vraag jezelf af waar je de insuline gaat bewaren tijdens de reis en tijdens het verblijf. Een lage constante temperatuur is het beste, liefst 4 tot 10 graden Celcius.
  • Zoek uit of jouw insuline goed verkrijgbaar is. Niet alle in Nederland gangbare soorten en merken zijn in andere landen beschikbaar. Een Nederlands recept meenemen geeft overigens vaak meer verwarring dan voordelen.
  • In andere landen wordt de bloedsuikerwaarde soms in een andere eenheid gemeten, in mg/dl in plaats van mmol/l. (mg/dl = mmol/l x 18) Dit geldt ook voor koolhydraten. In sommige landen, zoals Duitsland of Oostenrijk, gebruiken ze de Broteinheit in plaats van kh. (1 Broteinheit = 10-12 kh)

Voorbereidingen met je kind dat voor het eerst zelf op vakantie gaat:

Betrek je kind bij de voorbereiding, laat hem of haar zelf de insuline en hulpmiddelen klaarleggen en inpakken en controleer dat dan samen. Neem verschillende situaties door die zich voor kunnen doen op vakantie, dit geeft vertrouwen bij zowel ouder als kind. Hieronder staan een paar situaties. Als jullie twijfelen wat je moet doen bespreek het dan met jullie behandelteam:

  • Wat doe je bij uitslapen?
  • Hoe voorkom je een hypo in de nacht?
  • Wat spreek je af over glucose meten?
  • Waar laat je je spullen en insuline?
  • Wie vertel je dat je diabetes hebt? Wie kan je helpen en wat moet je aan diegene uitleggen (glucose meten, pomp stop kunnen zetten, glucagon kunnen spuiten)
  • Wat weet je van het plaatselijke eten, weer en het soort inspanning dat je gaat doen en welk effect verwacht je dat dit zal hebben op je diabetes?
  • Hoe ga je om met alcohol en drugs?
  • Wat doe je als je pomp, meter of insuline wordt gestolen of zoek raakt?
  • Wat doe je als je moet overgeven?
  • Wat doe je in een restaurant als je al hebt gespoten en na een uur is je eten nog niet geserveerd?
  • Schuw hele vervelende dingen niet, bijvoorbeeld wat doe je bij een opname in een ziekenhuis?

Tijdens een vliegreis:

  • Neem altijd je insuline, glucagon en een deel van al je hulpmiddelen mee in je handbagage. Voor de zekerheid neem je materiaal voor een paar dagen mee in je handbagage.
  • Bij de douane en handbagage check; doe je insuline en glucagon (=vloeistof) in een plastic doorzichtig tasje en heb je douaneverklaring of medisch paspoort bij de hand.
  • Zeg bij de bodyscan direct dat je diabetes hebt en een insulinepomp draagt.
  • Geef je pomp niet af om hem door de röntgenscanner te laten gaan. Dat kan schadelijk zijn voor de pomp. Houd je pomp op je lichaam en neem hem mee door de bodyscan.

Bij inspanning:

Wees voorbereid op de reactie van je lichaam bij inspanning. Het is belangrijk om te leren hoe je hypo’s voorkomt zonder uiteindelijk weer te hoog uit te komen.