Eilandjes vervangen

Wanneer kan mijn kind of ikzelf nieuwe eilandjes krijgen? Hadden we maar een antwoord. Ja, eilandjestransplantatie gebeurt in Nederland. Ja, het werkt, in ieder geval een tijdje. Maar er zijn nadelen. Daarom werken onderzoekers aan nieuwe cellen en een speciale verpakking ervoor. Hoe ver zijn ze?

Het transplanteren van alleen de eilandjes van Langerhans is veel minder ingrijpend dan transplantatie van een hele alvleesklier. Sinds 2007 gebeurt dat bij ongeveer 5 tot 8 mensen per jaar, in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). De eilandjes worden getransplanteerd in de lever, omdat de alvleesklier snel ontsteekt. Voor 1 eilandjestransplantatie zijn 2 of 3 donoralvleesklieren nodig. Na een transplantatie moet je zware medicijnen blijven slikken die de afweer onderdrukken. Je komt dan ook alleen in aanmerking voor nieuwe eilandjes als je bloedsuiker echt heel moeilijk onder controle te krijgen is en je veel last hebt van complicaties. 

Meer 'eilandjes' kweken

Vanwege de nadelen van eilandjestransplantatie is het nu tijd voor de volgende stap: zelf eilandjes maken om te transplanteren, en ze beschermen tegen het afweersysteem. Het makkelijkst zou zijn om eilandjes zich te laten vermeerderen, alleen lukt dat niet goed. Daarom gebruiken onderzoekers andere soorten cellen die ze willen veranderen in insulineproducerende cellen. Het liefst gebruiken ze als basis cellen waarvan er veel beschikbaar zijn, zoals andere cellen uit de alvleesklier of bepaalde soorten stamcellen. Dan kunnen meer mensen ervan profiteren, want slechts 1 tot 2 procent van de alvleesklier bestaat uit insulineproducerende cellen.

Cellen voor kweek: ductcellen

In Nederland werken onderzoekers, onder wie Eelco de Koning en Françoise Carlotti, aan het kweken van zogeheten ductcellen uit de alvleesklier van donoren. Deze cellen zorgen normaal gesproken voor de afvoer van de verteringssappen uit de alvleesklier. Het lukt inmiddels om van ductcellen insulineproducerende cellen te maken. Als deze cellen veilig genoeg blijken te zijn, volgen de eerste onderzoeken met mensen. Want je wil natuurlijk wel eerst zeker weten dat de cellen geen problemen veroorzaken in het lichaam. Het Diabetes Fonds financiert dit onderzoek samen met Stichting DON.

Met embryonale stamcellen

Het Amerikaanse bedrijf ViaCyte pakt het anders aan, het gebruikt embryonale stamcellen. Deze cellen kun je inderdaad laten uitgroeien tot insulineproducerende cellen. Een groot voordeel is dat je niet afhankelijk bent van donororganen. Maar er zit ook een belangrijk risico aan vast: uit embryonale stamcellen kunnen gemakkelijk kankercellen ontstaan. Goede controle van de cellen is daarom extra belangrijk.

Inmiddels zijn de cellen veilig genoeg bevonden, zodat ViaCyte sinds twee jaar onderzoeken mag doen met mensen. Als het goed is, zijn eind 2016 de resultaten bekend. Hoe het nu gaat met de mensen die de cellen hebben gekregen, weten we dus nog niet. Dit onderzoek wordt gefinancierd door JDRF. In Nederland is het overigens verboden om embryo’s te gebruiken voor dit soort onderzoek.

Nieuwe cellen beschermen

Met alleen het kweken van nieuwe cellen zijn we er nog niet. De afweer in het lichaam kan nog steeds de boel saboteren, de nieuwe cellen moeten natuurlijk wel overleven en insuline blijven maken. Daarom ontwikkelen en testen wetenschappers een verpakking om de cellen te beschermen tegen het afweersysteem. Ook bijvoorbeeld het bedrijf ViaCyte maakt verpakkingen voor hun te transplanteren cellen. 

Verpakking onder de huid

Een verpakking voor getransplanteerde insulineproducerende cellen moet overijverige afweercellen tegenhouden, maar wel insuline en andere stoffen doorlaten. De eerste verpakkingen zijn nu vaak gemaakt van het stofje alginaat, dat ook in zeewier zit. Bij de eerste onderzoeken komen verpakte cellen nu vlak onder de huid te zitten.

Eerst wordt de verpakking ingebracht. Zodra de eerste (normale) afweerreactie van het lichaam op een 'vreemd voorwerp' voorbij is en het lichaam eraan gewend is, komen de cellen pas in de verpakking. De materialen van de verpakking zijn ook in Nederland al goedgekeurd voor de eerste onderzoeken met mensen.

Goede doorbloeding

Er is nog een belangrijk punt voor de verpakking van nieuwe insulineproducerende cellen. Dat is dat insulineproducerende cellen meer bloedvaatjes nodig hebben dan andere cellen in het lichaam, terwijl een verpakking de doorbloeding juist moeilijker maakt. 

Daarom kwamen Nederlandse onderzoekers, onder wie Eelco de Koning en Aart van Apeldoorn, vorig jaar met een belangrijke verbetering van de verpakking. Groepjes gekweekte cellen krijgen een laagje om zich heen waarin ook gelatine zit. De cellen blijven beter op hun plek zitten in deze gel, terwijl de bloedvaatjes na transplantatie dwars door de gel heen groeien. 

En nu?

Het onderzoek naar nieuwe eilandjes gaat door maar kost tijd. Ondertussen gaan de transplantaties van eilandjes in het LUMC gewoon door. Op het moment dat de nieuwe cellen in de verpakking bewezen veilig zijn en ook goed werken bij mensen, komen meer mensen met diabetes type 1 in aanmerking voor deze behandeling.

Wanneer is dat? Dit onderzoek is helaas geen kwestie van maanden, maar van jaren. Want het doel is niet om het zoveelste lapmiddel te maken, of iets wat alleen een enkeling kan krijgen. Maar om echt een vervanging te vinden voor het spuiten van insuline. Het Diabetes Fonds blijft het Nederlandse onderzoek steunen. En we houden alle buitenlandse ontwikkelingen natuurlijk voor je in de gaten.

Meer weten?

  • Meer over eilandjestransplantatie
  • In het online boekje Op weg naar genezing van diabetes type 1 leggen onderzoekers Eelco de Koning, Françoise Carlotti, Aart van Apeldoorn, Marjolein Leemkuil en hun collega’s stap voor stap uit wat ze doen in het Nederlandse onderzoek naar transplantatie van nieuwe eilandjes.