3 SEP 2013

Mensen die regelmatig appels, peren, blauwe bessen en druiven eten verlagen hun risico op diabetes type 2. Niet alleen het soort fruit telt, maar ook de hoeveelheid. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek.

Tot nu toe was er geen duidelijk verband tussen fruit eten en het risico op diabetes type 2. Maar de invloed van verschillende fruitsoorten was nog niet eerder onderzocht. Daarvoor zijn nu meer dan 187 duizend Amerikanen zo’n 18 jaar lang gevolgd. De resultaten van het onderzoek staan nu in het vakblad British Medical Journal.

Drie porties per week

De deelnemers hielden bij wat ze aten aan fruit. Ruim 6 procent van hen kreeg in de loop van de jaren diabetes type 2. Uit het onderzoek bleek dat mensen die drie keer per week een portie blauwe bessen, druiven, appels en peren eten minder risico hebben op diabetes type 2.

Het voordeel van deze soorten fruit kan zitten in verschillende stoffen in fruit, zoals de zogeheten antocyanen. Daarvan weten we dat ze het lichaam helpen om suikers op te nemen. Antocyanen komen voor als kleurstof in bloemen en vruchten, vooral blauwe bessen.

Vruchtensap werkt niet

Mensen die vruchten vervingen door vruchtensap, verhoogden juist hun risico op diabetes type 2. Dat komt omdat in sap veel minder vezels zitten dan in de vruchten zelf, en naar verhouding veel meer suikers. Daardoor veroorzaakt vruchtensap meer schommelende bloedsuikers.

 

Jouw bijdrage heeft zin

Maak meer onderzoek naar diabetes mogelijk.

Jouw bijdrage heeft zin

Maak meer onderzoek naar diabetes mogelijk.