Afstoting door herpesvirus

Mensen met diabetes type 1 hebben geen cellen meer die insuline maken. Transplantatie van cellen kan een oplossing zijn. Maar wetenschappers in Groningen hebben ontdekt dat een veelvoorkomend virus problemen veroorzaakt na die transplantatie.

Veel mensen die nieuwe insulineproducerende cellen krijgen, moeten vijf jaar na transplantatie toch weer insuline spuiten. De nieuwe cellen werken dan niet meer goed. Onderzoekers van het UMC Groningen dachten dat een herpesvirus de nieuwe cellen vernielt. Het cytomegalovirus is zo’n herpesvirus.

Onschuldige besmetting

Ongeveer de helft van alle volwassenen in Nederland is besmet met het cytomegalovirus. In de meeste gevallen merken ze daar niets van. Als je gezond bent, kan je afweersysteem dit virus meestal wel onder de duim houden. Maar na een transplantatie krijg je medicijnen om het afweersysteem te onderdrukken. Anders zou het afweersysteem de donorcellen afstoten en dat is niet de bedoeling. Maar hierdoor krijgt het cytomegalovirus ook de kans om aan te vallen.

Sneller afgestoten

De onderzoekers hebben dit onderzocht bij ratten. Het bleek dat het afweersysteem insulineproducerende cellen van een donorrat met het cytomegalovirus sneller vernielt en afstoot. Ook wanneer de ontvanger besmet was en niet-besmette cellen kreeg, werden deze sneller afgestoten.

We weten nog niet zeker of het ook precies zo werkt bij mensen. Mensen met diabetes type 1 krijgen nu na een transplantatie geen medicijnen tegen het cytomegalovirus. Dit onderzoek wijst erop dat dit misschien juist wel moet.

Jouw bijdrage heeft zin

Maak meer onderzoek mogelijk naar de genezing van diabetes.